Navigatie overslaan
DESK+

Log in bij DESK+

Ga naar DESK+
Dataroom

Login in de dataroom

Ga naar de dataroom

Zorg voor het verpleeghuis

Heeft het verpleeghuis nog toekomst? Wij zochten het uit vanuit vastgoedperspectief.

De verkiezingsprogramma’s van de landelijke politieke partijen zijn het in ieder geval over één ding eens: Het ontwikkelen van nieuwe woon-zorgvormen moet gestimuleerd en uitgebreid worden. De rol van het verpleeghuis wordt hiermee naar de achtergrond verplaatst. Geheel onlogisch is dit niet. De Nederlandse bevolking vergrijst in hoog tempo; de kosten voor de zorg blijven stijgen. Om dit binnen de perken te houden, is de overheid er veel aan gelegen de zorg op een andere manier te organiseren. Belangrijkste troeven hierbij zijn het scheiden van wonen en zorg (extramuralisering) en het langer zelfstandig blijven wonen. Veel mensen willen ook graag in de eigen woning oud worden.

Grote vraag is, heeft het verpleeghuis nog toekomst? De financiering voor de zware zorgbehoeftigen is aan verandering onderhevig; de exploitatie van een verpleeghuis is niet langer zonder risico’s. Woningcorporaties, van oudsher grote zorgvastgoedbezitters, zullen minder snel geneigd zijn zich op het zwaardere zorgsegment te richten. Tegelijkertijd wijst onderzoek uit dat grote tekorten in de verpleeghuiszorg gaan ontstaan, als er niet snel bijgebouwd zal worden [1,2]. Vanzelfsprekend heeft dit te maken met een enorme toename van het aantal 80-plussers. Dit probleem gaat niet opgelost worden door thuiszorg of kleinschalige woonvormen. Hier zijn een aantal redenen voor.

1. Gebrek aan mantelzorgcapaciteit

De verhouding tussen het aantal personen dat in de gelegenheid is mantelzorg te bieden (leeftijdscategorie 50 tot 75 jaar) , ten opzichte van het aantal personen dat mantelzorg-behoevend is (leeftijdscategorie 85+), neemt af. Deze verhouding, ook wel de Oldest Old Support Ratio (OOSR) [3] genoemd, dient hoger te zijn dan 10, om effectief mantelzorg te kunnen bieden [2]. Zoals te zien is in de grafiek hieronder, zal de ondergrens van 10 gepasseerd worden rond 2030. Deze ratio zal verder dalen naar 4,7 in 2050. Een problematische verhouding, waardoor de mantelzorg steeds vaker wegvalt. Woonvormen, die leunen op mantelzorg, komen hierdoor onder druk te staan.

2. Toenemende levensverwachting en zorgvraag

Ouderen worden steeds ouder; de zorg in Nederland is van een dermate hoog niveau dat mensen met ernstige aandoeningen toch nog betrekkelijk lang blijven leven. Had een 65-jarige in 2000 nog een levensverwachting van 17,4 jaar, nu is dat al 20,2 jaar [4]. Mensen wonen dus langer in een verpleeghuis omdat ze ouder worden, maar ze worden ook ouder omdat ze langer in een verpleeghuis wonen. Daarnaast is het zo dat, als mensen ouder worden, de kans op een zwaardere zorgvraag groter wordt. Het geven van deze zwaardere zorg kan in veel mindere mate geëxtramuraliseerd aangeboden worden. Eigen onderzoek in een aantal noordelijke gemeentes laat zien dat, zelfs bij volledige extramuralisering van zorgpakket VV04, het huidige aanbod de toekomstige vraag bij lange na niet kan huisvesten.

3. Krimp van beroepsbevolking en kleine impact technologie

De beroepsbevolking van heel Nederland zal in de komende jaren gaan dalen. Net als vele andere sectoren, zal de zorg zich hierop moeten aanpassen. De ontwikkeling van zorg met verblijf in kleinschalige woonvormen, is geen oplossing. Integendeel, zorg in een kleine woonvorm of thuis is arbeidsintensiever dan verpleeghuiszorg. Met name gemeentes in krimpgebieden staan hiermee voor een uitdaging. Volgens TNO [2] hebben verdergaande mechanisering en robotisering in de zorg slechts een zeer klein effect op de toekomstige ontwikkeling van de langdurige zorg. Er zit wel potentie in technologieën die zorgverleners kunnen ondersteunen, maar dit betekent niet dat zorgverleners in de komende decennia vervangen kunnen worden door robots. Immers, menselijk contact is in de (langdurige) zorg van groot belang.

Het verpleeghuis zal in de toekomst een belangrijk instituut binnen de zorg blijven.
Druk vanuit de zorg en de opkomst van alternatieve woonvormen zullen veel betekenen voor de lichtere zorgvragen; voor de zwaardere zorgvraag is de toekomst nadrukkelijk nog steeds het verpleeghuis. Zeker in de stedelijke gebieden met een kernfunctie zal het verpleeghuis dienen als vitaal instituut voor de zwaardere zorg en als uitvalsbasis voor wijkverpleging.

Gemeentes, corporaties, beleggers en zorgaanbieders doen er goed aan hun huidige capaciteit verpleeghuiszorg te moderniseren en waar nodig uit te breiden.
Dit zal niet in elke gemeente even gemakkelijk zijn. Gemeentes met een hoog voorzieningenniveau en algehele groei van de bevolking zijn interessant voor beleggers omdat de risico’s hier betrekkelijk laag zijn. In krimpgemeentes is dit een ander verhaal. Hier is een integrale aanpak met verschillende stakeholders nodig om het zorgvoorzieningenniveau op een acceptabel niveau te houden.

Relevante pagina's

Gerelateerd aan dit onderwerp:

Meer weten?

Bronnen

[1] ABF Research (2019) Verkenning wonen met zorg 2019-2040.

[2] TNO (2020) Prognose capaciteitsontwikkeling verpleeghuiszorg fase II.

[3] Robine, J. M., Michel, J. P., & Herrmann, F. R. (2007). Who will care for the oldest people in our ageing society?. Bmj, 334.7593, 570-571.

[4] CBS (2020) Prognose levensverwachting 65-jarigen: 20,82 jaar in 2026.